Een goede start is doorslaggevend voor hoe het inburgeringstraject verloopt. Daarom zet gemeente De Ronde Venen tijdens de eerste gesprekken met inburgeraars tolken in, met als doel dat zij uiteindelijk zelfstandig hun weg vinden. “Als iemand het gevoel heeft dat er naar hem geluisterd wordt en dat hij begrepen wordt, is de inburgering uiteindelijk ook veel succesvoller”, zegt beleidsadviseur Arthur Koeman.
Een goede start bepaalt de rest van het traject
Ieder traject bij gemeente De Ronde Venen begint met een brede intake. De begeleider kijkt hierin naar iemands achtergrond, leerbaarheid en toekomstperspectief en stelt op basis daarvan een persoonlijk plan op. Die eerste kennismaking is bepalend volgens Arthur. “We moeten een volledig beeld krijgen van wat iemand wel of niet kan. Als je dat niet scherp hebt, spreek je misschien iets af wat uiteindelijk niet succesvol gaat zijn.”
Alleen spreken in deze fase veel statushouders nog nauwelijks Nederlands of Engels. Precies daarom is dit het moment voor een tolk. “Een objectieve leerbaarheidstoets vertelt niet het hele verhaal”, zegt Arthur.
“Juist een persoonlijk gesprek laat zien wie iemand is, wat hij of zij belangrijk vindt en waar de talenten liggen. Wij geven als gemeente niet alleen uitleg over rechten en plichten, maar willen de inwoner leren kennen en begrijpen wat iemand nodig heeft om mee te kunnen doen. Dus het is logisch dat je in deze fase een tolk nodig hebt.”
Toewerken naar zelfredzaamheid
Hoewel de gemeente bij de intakes gebruikmaakt van tolken, is het doel niet om die ondersteuning zo lang mogelijk in te zetten. Arthur legt uit: “We willen toewerken naar zelfredzaamheid. Na een tijdje, ook als de taallessen zijn gestart, verwachten en stimuleren we dat een statushouder steeds meer zelf informeel contact kan zoeken.”
Bij de belangrijke gesprekken blijft een tolk onmisbaar. Bijvoorbeeld wanneer verdere afspraken worden gemaakt of een besluit juridische gevolgen kan hebben.
Een tolk verandert de dynamiek
De rol van een tolk wordt volgens Arthur weleens onderschat. Het gaat niet alleen om het vertalen van woorden, maar om iets fundamentelers: de dynamiek van het gesprek zelf. “Zonder tolk ben je vooral aan het zenden. Je weet niet zeker of de boodschap goed aankomt en je krijgt geen reactie. De communicatie is daardoor heel eenzijdig.” Bovendien kan er frustratie of weerstand ontstaan. “Door de taalbarrière kan het lijken alsof mensen er niks van begrijpen. Terwijl dat niet zo is: ze kunnen zich alleen niet goed uiten.”
Hij illustreert het met een groepsvoorlichting die hij mét een tolk gaf. “Ik zag opluchting bij de deelnemers en durf om vrijuit te spreken. De tolk maakt daarin een enorm verschil.” Ook voor hemzelf werkte het bevrijdend: “Ik kon echt in gesprek met de mensen die voor me zaten en hen gewoon blijven aankijken, terwijl alles werd vertaald.”
